|
|
DE TOREN
De kathedraal is gebouwd tussen 1352 en 1533. De
kathedraal bezit twee torens met een zelfde structuur, echter bij de derde
geleding is de bouw van de zuidertoren gestopt. De noordertoren heeft een
hoogte van 123 meter. Tot 1957 bezat deze toren twee Hemony beiaarden, een
stadsbeiaard en een kerkbeiaard. De laatste is in 1957 naar de
Sint-Catharinakerk te Hoogstraten overgebracht.
GESCHIEDENIS VAN DE BEIAARD VAN
ANTWERPEN
In 1482 "…begonst men te spelen op clocken…
…aldaer doende trecken die seel met stocken" is nog steeds de
oudste verwijzing naar een beiaardklavier. Bovendien ver-meldt dezelfde
kroniek één jaar vroeger dat er "alderhande liedekens en choorsanck"
werden gespeeld. Er was inderdaad reeds vroeg een grote
klokkenbedrijvigheid. In de 14de eeuw werd er in de stadsrekeningen
melding gemaakt van de stormklok Orida (Gerardus de Leodio, Antwerpen,
1316, 1.928 kg), de werck- of daghclocke (1398), een slaepclocke, een
diefclocke, een vuerclocke, en de wacht-clocke (1398). In de 15de eeuw
hingen kerk en stad meerdere klokken bij, o.m. twee van Gherijt Butendiic
(Utrecht, 1431), twee van Joannes en Willem Hoerken genaamd Gabriël en
Maria ('s Hertogen-bosch, 1459), en Salvator, Maximiliaen, Peter en
Elisabet van Henricus Waghevens (Mechelen, 1480). Hoewel er vanaf 1431 in
de kerkrekeningen anders werd gehonoreerd voor beyaerden dan voor luyen,
was er van traditioneel beiaardspel nog geen sprake. In 1507 kregen Willem
en Gaspar Moer ('s Hertogenbosch) van de kerkmagistratuur opdracht om, ter
ere van Keizer Karel, Antwerpens zwaarste klok te gieten: Karolus (ca.
5.500 kg.) Deze werd in mei van dat jaar op het kerkhof van de kathedraal
gegoten.
DE WEDIJVER TUSSEN KERK EN STAD
Tegen het begin van de 16de eeuw bezat de stad een
diatonische voorslag. Bij de bestelling van een nieuw torenuurwerk en
voorslag in 1535, kreeg Cornelius Waghevens (Antwerpen) opdracht deze met
12 klokken uit te breiden. In 1538 werd het uurwerk geplaatst, in 1540 de
klokken gegoten en op 7 maart van dat jaar klonk het automatisch
speelwerk, bestaande uit tenminste 17 klokken (wellicht meer, want in 1541
werden er 10 kleintjes verkocht aan de Sint-Andrieskerk.) Bij de
inhuldiging speelde beiaardier Sambsoen van Solbrecht Mertenszoon. Hij
bleef beiaardier tot 1560 en werd opgevolgd door Jacques Rieulin. De
kerkmagistratuur reageerde op deze beiaardevolutie en besliste in 1563 een
zware luidklok (Thomas, ca. 4.000 kg) en 18 kleine klokken te bestellen.
Die opdracht ging naar Jean Fer uit Doornik. De kerkbeiaard werd
ingeschakeld bij de erediensten en werd ook wel de daeghelyksche beiaard
genoemd. Het repertorium moest bestaan uit "eenige psalmen,
geestelycke oft welstichtige liedekens ende loffsangen, tot beter
onderrichtinge vande gemeynte ende stichtinge van d'eene ende d'ander
religie". Dit kreeg Jacques Rieulin te horen in 1580-1581 omdat hij
"onbehoorlycke oft onstich-telycke balladen, liedekens of
dichten" had gespeeld. In 1596 werd één klein klokje van de
kerkbeiaard hergoten door Cornelius Janssens (Antwerpen). De ondertussen
afgewerkte toren en haar instrumenten werden een curiosum en in 1608
verscheen te Hannover het boekje Tintinnabulis met daarin een tekening
waarop een beiaardier staat afgebeeld. Het betreft een fantasietekening
van de Antwerpse beiaard (33 klokken) en haar beiaardier. Deze prent is
totnogtoe de oudst gekende afbeelding van een beiaardier. In de
daaropvolgende jaren verschenen gelijkaardige tekeningen: Angelo Roccha,
De Campanis Commentarius, Rome 1612; Marin Mersenne, Harmonicorum Libri,
Parijs, 1636. Zij beschrijven alledrie "het uitstekend muzikaal
samenspel, zo kunstig en harmonieus, dat men geen klokken maar een orgel
schijnt te horen."
DE KERK- OF KAPITTELBEIAARD
(hoogte ca. 50 meter)
In 1637 hadden de kerkmeesters Jan Cauthals (Mechelen, +1640) belast met
het verbeteren van hun beiaard. Blijkbaar zonder bevrediging want in 1654
kregen François en Pieter Hemony (Zutphen) de opdracht om een nieuw
instrument te gieten van 32 klokken. Drie basklokken werden geïntegreerd
(Karolus (gis0 = c1), Thomas en Maria). Zo beschikte de kerk in 1655 over
een instrument van 35 klokken (klaviertonen c1 , d1, e1 - chrom. -c4) .
Pieter Teron vervaardigde "een nieu clouwier". Vóór 1767
werden twee anonieme discant-klokjes toegevoegd (klaviertoon d4 en e4).
Onder impuls van Joannes de Gruijtters kwamen er in 1767 nog drie
discantklokjes bij van Joris du Mery (klaviertoon cis4, dis4 en f4) zodat
het totaal op 40 kwam. Na de ambtstermijn van vader en zoon de Gruijtters
werd de kerkbeiaard steeds minder bespeeld (tijdens de Franse Revolutie
was er een speelverbod) en het instrument geraakte stilaan in verval. Na
W.O.I werden negen klokken uitgeleend aan behoeftige parochies. In 1925
verhuisden nog 23 klokken naar de tuin van de dekenij, zodat enkel de acht
luidklokken overbleven. Na W.O. II werden opnieuw verscheidene klokken
uitgeleend. Toen alle klokken werden teruggevraagd in 1957, had men er nog
slechts 24. Nog twee Hemony-luidklokken werden uit de toren gehaald om
samen met de 24 andere Hemony-klokken aan de Sint-Catharinakerk van
Hoogstraten te geven. Twee Hemony-klokjes (slagtoon a2 en d3) barstten bij
herstemming (M. Michiels, 1957) en werden hersmolten. De acht hoogste
klokjes zijn dus spoorloos (3 Hemony's, 3 du Mery's, 2 anonieme). De
resterende zes luidklokken in de kathedraal doen nog steeds dienst.
DE STADS- OF KERMISBEIAARD
(hoogte ca. 80 meter)
Net als de kerkmagistratuur wou het stadsbestuur een nieuwe beiaard. Op 20
juni 1651 kwam men tot een akkoord met Florent De le Court (Douai) voor
het gieten van 32 klokken. Dit contract werd echter nooit opgevolgd en
vier jaar later, in 1655, goten de gebroeders Hemony 32 klokken op basis
van een d1 (1.698 kg.) Die reeks werd in 1658 nog uitgebreid met vijf
basklokken: François Hemony goot vier nieuwe en Gabriël, de oude storm-
en uurklok van Jan en Willem Hoerken (a0), werd geïntegreerd als basis
van de beiaard. Het stadsbestuur was ditmaal eerst om de beiaard uit te
breiden tot 40 klokken: 16 jaar vóór de uitbreiding van de kerkbeiaard
goot Joris du Mery de drie discantklokjes (Brugge, 1751.) Dat de beiaard
en het trommelspeelwerk in die periode hoog-dagen kenden, getuigt o.m. het
194 stukken tellende beiaardboek (1746) van Joannes de Gruijtters en de
versteekboeken (1740-1804) van Joannes en zijn zoon Amandus de Gruijtters.
De toren huisvestte bovendien 80 beiaardklokken, een unicum in de
toenmalige beiaardwereld!
HET SMULDERSKLAVIER: GEDAAN MET LABEUR...
Joseph Callaerts, organist van de kathedraal en
stadsbeiaardier benoemd in 1863, was gewonnen voor een nieuwe
beiaardinrichting. Waarom nog inspanning leveren als het instrument kon
worden bespeeld met een pianoklavier van Frederik Smulders (Maastricht)
Het stadsbestuur liet zich in zijn onwetendheid door allerlei fantastische
verhalen omtrent deze nieuwe uitvinding overhalen. In 1877, enkele maanden
na de première van Benoits Rubenscantate die van op de Groenplaats in
samenspel met de kathedraalbeiaard werd uitgevoerd, werd de beslissing
genomen. Er kwam een Smuldersklavier waardoor "de eerste de beste
pianist den beiaard kan bespelen, en dat een beiaardspeler zijn spel kan
afwisselen, terwijl hij tweemaal zoveel klank voortbrengt."
20e EEUW: RESTAURATIE EN UITBREIDING
In 1904 werd, o.m. door aanhoudend protest van Prosper
Verheyden (secretaris van de Mechelse Beiaardschool), het pianoklavier
terug vervangen door een traditioneel stokkenklavier (Denijn-klavier.) Het
bezoek van de Antwerpse "schepene van schoone kunsten" aan de
St-Romboutsbeiaard te Mechelen gaf in die zaak de doorslag. In 1912
breidde Felix van Aerschodt (Leuven) de beiaard uit met zeven klokjes.
Marcel Michiels Jr. (Doornik, 1898-1962) verving tussen 1951 en 1955 twee
du Mery- en de zeven Van Aerschodtklokjes. In 1972 vond de belangrijkste
restauratie plaats: Koninklijke Eijsbouts (Asten) haalde het hele
klokken-bestand uit de toren, herstemde alle historische klokken en
verving de tien kleinste klokjes. Dezelfde firma breidde in 1990 de
beiaard uit met twee basklokken in Hemony-profiel: de bes0 en de es1. In
hetzelfde jaar plaatste Clock-o-Matic (Holsbeek) een nieuw klavier. Sinds
1972 klinkt de beiaard terug in zijn volle glorie en vanaf 1990 werd het
mogelijk de Mechelse literatuur ongetransponeerd te spelen. In februari
2007 besliste het College van Burgemeester en Schepenen om de wekelijkse
bespelingen uit te breiden. Voor het eerst in 500 jaar wordt de beiaard
het hele jaar door op maandag, woensdag en vrijdag bespeeld telkens van
11.00 tot 12.00u. Van mei tot september wordt daar de
zondagnamiddagbespeling (van 15.00 tot 16.00u) nog aan toegevoegd. Van
juli tot en met september van 20.00 tot 21.00 uur vinden de legendarische maandagavondconcerten
plaats.
HISTORISCHE CURIOSA
Er is na vijfhonderd jaar Antwerpse klokkengeschiedenis
heel wat interessants bewaard gebleven. Zo is Antwerpen wellicht de enige
stad die haar drie stormklokken uit de 14e, 15e en 16e eeuw nog in bezit
heeft. Een overzicht:
Klokken:
Het Vleeshuis Museum te Antwerpen huisvest meer dan honderd klokken en
vijzels waarvan er verschillende zijn tentoongesteld. De verzameling omvat
o.m. halfsferische klokjes uit de 13e eeuw, tafelbellen, rinkelbellen,
beiaard- en luidklokken, kombellen, historische klepels enz.
Onderstaand schema vermeldt enkel de klokken die gelinkt zijn aan de
Antwerpse kathedraal:
· Gerardus de Leodio (Zuidelijke Nederlanden), Orida (stormklok), 1316,
1.928 kg.
· Jan Cauthals (Mechelen), luidklokje, 1637.
· Willem Witlockx (Antwerpen, +1733), de elf-ure- of wachtklok, 1730.
· Joris du Mery (Brugge, 1715-1784), drie beiaardklokjes uit de
stadsbeiaard, 1751.
· Marcel Michiels Jr. (Doornik, 1898-1962), negen beiaardklokjes, 1951,
1953, 1955.
Muziekhandschriften:
· Beyaert 1728, het oudste beiaardboekje ter wereld, toegeschreven aan
Theodoor Everaerts (1690-1740) of zijn broer Clemens-Augustinus Everaerts
(1703 -na 1779). Antwerpen, Stadsarchief, Oude Muziek M 25.
· Versteekbladen voor het trommelwerk (1740-1804) van Joannes en zijn
zoon Amandus de Gruijtters. Mechelen, Koninklijke Beiaardschool, archief.
· Het beiaardboek (1746) van Joannes de Gruijtters. Antwerpen,
Bibliotheek van het Koninklijk Vlaams Muziekconservatorium, 17.761 (hs).
· Préludes Mélodiques (1841) van Joannes Franciscus Volckerick.
Antwerpen, Archief en Museum voor het Vlaams Cultuurleven, v 743/H.
· Kerkmuziek, Joseph Callaerts, Beijaardspeler der stad Antwerpen, 1863.
Ca. 120 bladenzijden beiaardmuziek, samengesteld door J. F. Volckerick.
Lake Wales (Florida, VS), Anton Brees Carillon Library.
· Stadsmuziek, 1864. Ca. 100 bladzijden beiaardmuziek, samengesteld door
J.F. Volckerick. Lake Wales (Florida, VS), Anton Brees Carillon Library.
· Arias van den Beijaard (1864-1904). Ca. 160 bladzijden versteekmuziek,
samengesteld door Joseph Callaerts en Gustaaf Brees. Lake Wales (Florida,
VS), Anton Brees Carillon Library.
· Beiaard Muziek, Gust. Brees, Antwerpen, 1904. Twee volumes, samen 164
bladzijden. Lake Wales (Florida, VS), Anton Brees Carillon Library.
Historische beiaardliteratuur:
· Eliseus, Cronyk van Antwerpen, hs. van ca. 1500. Stads-biblitoheek
Antwerpen, nr. B 11285.
· Hieronymus Magius, Tintinnabulis, Hannover, 1608 en Amsterdam, 1664 en
1689. (Ter inzage: Mechelen, KBS)
· Angelo Roccha, De Campanis Commentarius, Rome 1612 en 1719. (Ter
inzage: Mechelen, KBS)
· Marin Mersenne, Harmonicorum Libri, Parijs, 1636.
· Théodore De Sany, "Lof onser uurwerckx" in Dienende tot den
vorschlag en hora in Ste Nicolaes, hs. van 1648. Brussel, Museum
Broodhuis.
Varia:
· 17e eeuws torenuurwerk. Antwerpen, kathedraal.
· beiaardklavier van de stadsbeiaard, gesigneerd door Joannes de
Gruijtters (18e eeuw). Antwerpen, Vleeshuis Museum.
· beiaardklavier van de kerkbeiaard (18de eeuw). Antwerpen, Vleeshuis
Museum.
Het automatisch speelwerk:
Volgens Théodore de Sany's "Lof onser uurwerckx" bezat de
kathedraal in 1648 een bescheiden trommel bestaande uit 82 trommelmaten en
24 hefbomen. Het huidige, bijzonder fraaie trommelspeelwerk bevat daar nog
onderdelen van. Het is het werkstuk van Jan de Hondt die in 1730 de
opdracht kreeg om het torenuurwerk en de trommel te vernieuwen. Hij
leverde een trommelklavier van 66 smeedijzeren stukken met elk 10
verstaalde bekken, 3.000 noten, 300 dubbelnoten en 20 nieuwe hamers. De
trommel is voorzien van 8.160 gaatjes (120 trommelmaten en 68 hefbomen) en
speelt elk half kwartier, van 10.00u 's morgens tot 22.00u 's avonds. Het
uurwerk werd herhaaldelijk hersteld (o.m. in 1744 en 1746) tot Pieter Van
Hoof (Antwerpen) in 1786 een nieuw vervaardigde. Er werd in die periode
ook opvallend veel verstoken. Met name Joannes de Gruijtters was verplicht
om "den trommel alle maenden, uijtterlyck alle ses weken,
veranderende met daerop te steken ieder reijse een ander fraeij liedeken
ofte aire ten contentemente van Mijne Heeren van het magistraet". Dat
was nieuw, want tot in 1732 viel de versteek onder de opdracht van de
torenuurwerkmakers. Na de ambtstermijn van vader en zoon de Gruijtters
werd er steeds minder verstoken. In de 19e eeuw was dat hooguit één keer
per jaar en tussen 1930 en 1970 zelfs niet meer. Dat had uiteraard tot
gevolg dat trommel, hefbomen en pinnen in zeer slechte toestand verkeerden
en een muziekstuk nauwelijks nog te herkennen was. Bij de restauratie van
1972 werd het geheel hersteld en sindsdien wordt er op regelmatige basis
(aanvankelijk 4 maal, nu minstens één keer per jaar) verstoken. De
beiaardier heeft overigens keuze uit een uitzonderlijk groot aantal
soorten versteekpinnen: 24 enkele, 70 dubbele en 18 driedubbele (of 112 in
totaal!) en er zijn nog steeds ca. 3000 pinnen in voorraad. Gezien deze
verscheidenheid is ritmisch zowat alles mogelijk -indien de trommel
regelmatig draait. Dat is heden niet meer het geval, en zal in de nabije
toekomst worden opgelost (m.a.w. terug naar de oorspronkelijke aandrijving
met gewichten.) Het trommelspeelwerk werd tot in 1990 bestuurd door het
18de eeuwse uurwerk. Vandaag heeft de computer die functie overgenomen en
staat het prachtig uurwerk er wat zielloos bij. Ook dat moet worden
herbekeken.
Overzicht van de stadsbeiaardiers:
· Eliseus, vermeld als kerkbeiaardier in 1481
· Gheerde, vermeld als "beijaerder" in 1524
· Sambsoen van Solbrecht (geb. te Valenciennes, +1560), "beyaerder"
van de kerk van 1540 tot 1560 Rombout van Schouwenburch, vermeld als
vervanger in 1560
· Franchoys Loerens, vermeld als stadsbeiaardier gedurende slechts 4
maanden in 1560
· Jacques Rieulin (geb. te Ath, +1585), "beyaerder oft clockspeelder"
van 1560 tot 1584
· Jean Rieulin (+1631), beiaardier van 1584 tot 1631
· Hubert Crama (Montignies, 1606-1686), leerling van Jean Rieulin,
assistent in 1628 en beiaardier van 1631 tot 1687
· Joannes An, beiaardier van 1687 tot 1688
· Frans de Wever (+1719), beiaardier van 1688 tot 1719
· Joannes Franciscus van Dijck (1674-1731), assistent van 1708 tot 1714
· Theodoor Joannes Everaerts (1690-1740), "stadts beyaerder"
van 1720 tot 1739
· Egidius Everaerts, assistent (?) van 1734 tot 1740
· Joannes de Gruijtters (1709-1772), "beyaert ofte klokspilder der
stad ende Chatedraele" van 1740 tot 1772
· Amandus de Gruijtters (1736-1805), zoon van Joannes en stadsbeiaardier
van 1802 tot 1805
· Jozef de Gruijtters, oudste zoon van Amandus en vermeld als beiaardier
van 1806 tot 1807
· Jan Baptist Jozef Janssens (geb. 1768), stadsbeiaardier van 1807 tot
1832
· Joannes Franciscus Volckerick (1815-1897), "carillonneur de la
ville d'Anvers" van 1834 tot 1863
· Jacques-Joseph Callaerts (1838-1901), "Beijaardspeler der
stad" van 1863-1901
· Gustaaf Brees (1863-1936), assistent van 1880 tot 1901
· Gustaaf Brees, stadsbeiaardier van 1901 tot 1936
· John Gebruers (1898-1978), assistent van 1925 tot 1945
· Jos Vaes (1895-1973), assistent van 1929 tot 1936, stadsbeiaardier van
1936 tot 1945
· John Gebruers, stadsbeiaardier van 1945 tot 1968
· Jo Haazen (geb. 1944), treedt sedert 1962 regelmatig op als officieus
vervanger van John Gebruers
· Jo Haazen, stadsbeiaardier van 1968 tot 1982
· gastbeiaardiers (vnl. Geert D'hollander en Linda De Schepper) in
beurtrol, 1982-1985
· Geert D'hollander (geb. 1965) stadsbeiaardier sedert 1985
· Linda De Schepper, assistent sedert 1985
Enkele merkwaardige feiten:
* De stads- en kerkbeiaard werden meestal door één persoon bespeeld die
sinds 1715 alleen door de stadsmagistratuur werden benoemd. De stadswedde
was vrij laag, ondanks extra vergoedingen (processies, biddagen enz.). De
kerkwedde lag veel hoger en ook hier betaalde men voor extra spel.
Daarenboven vervulde de beiaardier buiten de stads- en kerkdienst allerlei
betaalde opdrachten voor broederschappen, gilden enz.
* Behalve beiaard spelen moesten beiaardiers soms mee luiden. Een
gebruikelijke dienst was het luiden bij zwaar onweer. Om die reden had het
torenpersoneel (trompetters, klokluiders, uurwerkmakers en beiaardiers)
zich sinds 1630 verenigd in de "Congregatie ofte vergaederinge van
donder en bliksem van Onze-Lieve-Vrouwethoren der stad Antwerpen".
* Heel even leek het erop dat wie het meeste geld had sowieso beiaardier
kon worden! In het octrooi van 1738 stond immers dat het beiaardiersambt
mocht verkocht worden aan de meest biedende. Het stadsbestuur besefte
gelukkig dat de artistieke bekwaamheid hierdoor in het gedrang zou komen
en verzocht de landvoogdes in 1739 om de verkoop van stadsambten op het
beiaardierschap af te schaffen… met gunstig gevolg.
Bibliografie:
- Dilis, Emile: L'ancien carillon et la vieille horloge de Saint-Jacques
à Anvers, Antwerpen, 1912, 44 pp.
- Donnet, Fernand: Les cloches d'Anvers. Les fondeurs Anversois, Antwerpen
1899, 371 pp.
- Grégoir, Edouard: "Notice sur le carillon", in Messager des
sciences historiques, Gent, 1870, p. 459-479
- Haazen, Jo: De Zingende Toren, N.V. De Vlijt, Antwerpen 1979, 143 pp.
- Huybens, Gilbert (red.): Beiaarden en torens in België, Ludion, Gent,
1994, p. 79
- Lehr, André: "O.L.Vrouwekathedraal - beiaard na restauratie",
in Bondsnieuws nr. 56-57, 1973, p. 29-35
- Lehr, André: Van paardbel tot speelklok, Europese Bibliotheek,
Zaltbommel, 1967
- Magius, Hieronymus: Anglarensis de tintinnabulis, Amsterdam, 1689, p.
93-94
- Spiessens, Godelieve: "Muziekleven en muzikanten te Antwerpen
1700-1750", in Jaarboek van het Vlaams Centrum voor Oude Muziek, VZW
Musica (Peer), Jaargang I - 1985, p. 73-107
- Spiessens, Godelieve: "De Antwerpse stadsbeiaardiers, deel
1:1540-1650", in Jaarboek van de Provinciale Comissie voor
Geschiedenis en Volkskunde, 1993-1994, p. 5-97
- Vander Straeten, Edmond: La Musique Aux Pays-Bas Avant de XIXe Siècle,
Brussel, 1880, Deel V, p. 293-336
- Van Doorslaer, Georges en Verheyden, Prosper: Biographie Klokgieters en
Beiaardiers, manuscript Koninklijke Beiaardschool Mechelen, z.j., p. 70-92
- Verheyden, Prosper: Antwerpen's Onze-Lieve-Vrouwe-Toren, Stadsbestuur
Antwerpen, 1927, 32 pp.
- Vleeshuis Museum Antwerpen: Catalogus Muziekinstrumen-ten, Ruckers
Genootschap, Antwerpen, 1981, p. 25-36
Tekst: Geert D'hollander
Luister naar de
beiaard van Antwerpen, Geert D'hollander speelt Carmen, opéra-comique in 4 acts- excerpts
een opname uit 1988
Klik
hier!
Last update: 23/01/2008 15.47
HOME
GASTENBOEK CONTACT
|
|
500 trappen tot aan de
beiaard.

De wijzerplaat van
ongeveer 7 meter doorsnede.

De Toren.

Een Hemony klok,
speelhamer voor het mechanisch spel vanaf de speeltrommel, de klepel voor
het handspel.

De speeltrommel.

Het jaartal op een
Hemony klok.

Versiering op een
Hemony klok.

Het luiden van de
zware Carolus luidklok.

Prachtig vergezicht
vanaf de toren.

Schemeravond.

|